Reisverslag uit Burkina Faso: De cultuur van een stofje

Deel dit artikel:
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

garage“Bonne arrivée.” Dat is het eerste wat we horen als we midden in de nacht de piepkleine luchthaven van Ouagadougou binnenstappen. Een oude grensbewaker heet ons welkom met een brede glimlach. Of we een ontspannen reis hebben gehad? We zijn nog maar net in Burkina Faso en de toon is al gezet.

Ik kom een vriend bezoeken die al meer dan tien jaar in dit West-Afrikaanse land woont. Hij heeft in Burkina Faso een land gevonden dat beter bij zijn karakter past, met een andere savoir-vivre. Dominique was ooit een vriend die ik elke dag zag, maar de laatste ontmoeting was ondertussen al vijf jaar geleden. Het werd dus hoog tijd om bij hem langs te gaan. Mijn man Kris vergezelt me.

Hoe is het om als blanke in Afrika te leven? Het is een vraag die ik tijdens mijn eerste bezoek aan dit continent wil beantwoorden. Want waarom reizen we eigenlijk? Waarom zadelen we onszelf op met slaapstoornissen, culinaire teleurstellingen, hygiënische ongemakken en koude douches? Misschien kunnen we die beproevingen vermijden door onze westerse cultuur en vooroordelen overboord te gooien.

TaxiDie gelegenheid laat niet op zich wachten. Aan de luchthaven stappen we in een taxi, een mastodont van een Afrikaans cliché. Ik moet het dak terug omhoog duwen om er in te kunnen. En om de deur te sluiten trek ik aan een touwtje. Er is geen dashboard of contactslot, de wagen start met een vonk tussen twee draadjes. Onze chauffeur heeft rituele littekens in het gezicht.

Ik reis liever licht, maar voor mijn vriend heb ik drie valiezen met nuttig materiaal uit België meegebracht. Die puilen uit de openstaande kofferbak en het verbaast me dat we onderweg niets verliezen. Kris en ik kunnen niet anders dan lachen om dit rijdende cliché, bevestiging smaakt zoet.

Toeristen en terroristen

Weinig groen of schaduw in het hete Ouagadougou. De stad lijkt in brand te staan. De ongenadige zon breekt door dikke wolken rood stof die de lucht worden ingestuwd door brommers, het vervoermiddel bij voorkeur in ‘la capitale de deux-roues’. De geur van as en droge aarde dringt in de neus.

Burkina Faso in cijfers

• 274.200 km² of 9 x België

• Ongeveer 18 miljoen inwoners

• 160 etnische groepen, 60 talen

• Ongeveer 60% is moslim en 20% is christen. Veel mensen combineren hun geloof met animisme.

• De helft van de bevolking is 17 jaar of jonger

• Bbp: 27,4 miljard euro (België: 434,4 miljard euro)

• Gemiddeld inkomen: 1.000 euro per jaar (België: 38,700 euro)

• 46,7% van de bevolking leeft onder de armoedegrens

Cijfers: CIA Factbook, 2015

De hitte bepaalt het ritme van de stad. De Burkinezen staan vroeg op om te genieten van het ochtendfris. In de namiddag wordt het veertig graden, te heet om iets nuttigs te doen. ’s Avonds koelt het af en dat wordt gevierd met liters bier in het maquis, een buurtcafé tussen vier palen en een golfplaat.

Wij zoeken verfrissing in ‘Le verre de l’intégration’. Is een maquis de beste plaats om in te burgeren? Ik denk van wel. Alle gasten willen een babbeltje slaan met ons. ‘Bonne arrivée!’ Ondertussen komen kinderen leuren met eieren, sim-kaarten, tandenborstels, zaklampen, souvenirs en andere spullen.

Ik vraag of we meer aandacht van straatverkopers krijgen omdat we blank zijn. Zo snijd ik onbedoeld een gevoelig onderwerp aan. De terreur heeft ook Ouagadougou bereikt. In januari vielen dertig doden bij een aanslag op een westers hotel. Na het ebolavirus in de buurlanden en een recente staatsgreep was dit de finale doodsteek van het toerisme.

Het ongeloof is groot. De Burkinabé (zo noemen ze zichzelf, het betekent ‘oprechte mensen’) zijn nog steeds in shock. Dat zullen ze ons vaak vertellen. Ze zijn fier op de religieuze tolerantie in dit multi-etnisch land en de aanslag is een belediging voor hun gastvrijheid. Maar ze zijn natuurlijk ook bang dat de toeristen en hun deviezen niet meer terugkomen. Iedereen heeft het over lege hotels en dalende verkoopcijfers.

Het lachende land

Dominique neemt ons mee naar Bobo-Dioulasso, zijn nieuwe thuis. Het was de hoofdstad onder Frans koloniaal bewind en telt nu ongeveer een half miljoen inwoners. We hebben een rit van 360 kilometer voor de boeg. Niemand blijft onverschillig bij de airco op de bus, een opluchting na de omnipresente hitte.

trio op busOp mijn buskaartje zie ik mijn vertrekpunt en bestemming naast elkaar staan. Ouagadougou en Bobo-Dioulasso. Die glorieuze namen zijn een plezier voor het oog. Al die o’s en ou’s lijken op een Afrikaans zangkoor, de medeklinkers dansen op en neer.

Even feestelijk is de savanne waar we doorrijden. Burkina Faso heeft een weinig spectaculair, licht glooiend landschap in het grootste deel van het land. Maar de variëteit aan planten en bomen is indrukwekkend. Overal staan mangobomen waar je de vruchten zo kan afrukken. Hoge tamarindebomen  staan naast opvallende acacia’s met een dunne maar breed uitwaaierende kruin.

Af en toe zien we de dikke stam van een baobab. Het lijkt of de boom op zijn kop staat. De takken zijn kaal in het droogseizoen waardoor ze meer op wortels lijken. Hoe heerlijk zou het zijn om in absolute stilte door die wildernis te lopen? Zonder bagage of praktische beslommeringen, alleen en zonder gelul.

Geiten

Het groen maakt van Bobo-Dioulasso een heel andere stad. Evenveel hitte en stof, maar het is draaglijker. De straten zijn omzoomd met bomen die voor schaduw en reliëf zorgen. Eronder zijn kinderen aan het spelen of geiten aan het slapen. En ik stoot verschillende keren mijn hoofd aan laaghangende mango’s.

Er heerst een dorpssfeer, de Bobolais en Bobolaises leven trager dan in de hoofdstad. Iedereen zegt goeiedag tegen iedereen en er wordt veel gelachen. Het maken van praatjes behoort tot de levensstijl. De huizen zijn opgebouwd zoals op het platteland. Discrete muren verbergen een koer omringd met kamers, het gezinsleven wordt afgeschermd van nieuwsgierige blikken.

Ook het verkeer lijkt weinig op dat van een stad. Alleen aan de overdekte markt in het centrum van Bobo is het druk. In de andere wijken loopt de tijd trager. Een vrouw balanceert kookpotten op haar hoofd, een oude man berijdt een krakende fiets en een kind bestuurt een ezel met kar. Voorzichtig pruttelt een brommer over de donkerrode zandweg en kleurt de lucht achter zich met het stof van eeuwenoud sediment.

restau

Te bezoeken in Burkina Faso

• Ouagadougou

Weinig toeristische trekpleisters maar wel een eclectische kunststad met tentoonstellingen, concerten, theatervoorstellingen en het bekende filmfestival.

• De Pieken van Sindou

sindouEen spectaculair landschap met spookachtige rotsformaties, een natuurlijk kunstwerk gevormd door de elementen.

• Bobo-Dioulasso

De voormalige hoofdstad van Burkina Faso met een kleinstedelijke charme en een rijk muzikaal nachtleven

• Het natuurpark van Nazinga

nazingaIdeaal voor een safari. De kans om vertrappeld te worden door een olifant is groot, er lopen zo’n 700 dikhuiden rond.

Hou steeds het reisadvies van Buitenlandse Zaken in de gaten.

Alleen enkele brede hoofdwegen zijn geasfalteerd. Daar is het verkeer levendiger. Fietsers, scooters en auto’s rijden opvallend beheerst en beleefd. Overbeladen vrachtwagens met katoen of cement slepen zich in een slakkengangetje de heuvel op.

Er zijn niet alleen weinig asfaltwegen. Ook bankautomaten zijn dun gezaaid en het duurt enkele dagen voor ik geld heb. Ik voel me kwetsbaar door mijn lege broekzak. Ik weet het, het is een typische westerse angst. Misschien geeft een stapel bankbiljetten een vals gevoel van veiligheid of zelfs superioriteit? Het is een interessante vraag, maar toch zorg ik er voor dat ik altijd genoeg geld op zak heb.

Eenheid en gastvrijheid

‘Bonne arrivée!’ We worden door iedereen welkom geheten in het naamloze café in onze straat. We voelen ons er onmiddellijk thuis. Het is een blauwe hut met een toog, er staan vier tafels onder een acacia. Ibrahim slooft zich uit om zijn klanten te bedienen, van 5 uur ’s morgens tot middernacht en soms later. Ook degenen die niets consumeren zijn welkom, de kinderen van de buren komen er tv kijken.

Het wordt ons hoofdkwartier om de buurt en zijn bewoners te leren kennen. Wanneer Kris en ik door onze wijk wandelen, proberen we met zoveel mogelijk mensen contact te maken. De nieuwsgierigheid en de gastvrijheid is groot. We zijn de enige vreemdelingen in de omgeving, op Dominique na. Wanneer kleine kinderen ons zien, hollen ze achter ons aan. ‘Toe ba boe’ roepen ze, de blanken.

Het voordeel van reizen is dat niemand je kent. Je verleden wordt uitgewist. Met die vrijheid kan je nieuwe contacten leggen op een manier die thuis niet lukt. Je leert ook nieuwe gewoonten, je doet de meest banale dingen voor de allereerste keer. Dat geeft energie. En omgekeerd is dat voor onze nieuwe buren en vrienden net hetzelfde.

Na twee dagen horen we er bij. Het leven komt hier vroeg op gang en daarom zitten we al om halfzeven ’s ochtends onder de acacia aan onze koffie te slurpen terwijl Ibrahim onze omeletten laat zingen in de pan. Onze buren komen ons een ‘bonne matinée’ wensen. Ismaël, een jongen van tien jaar, zoekt ons elke morgen op om een praatje te slaan voor hij naar school gaat.

Het is het mooiste moment van de dag. Het doet deugd dat mensen met ons praten, ons bij hun leven betrekken en ons een plaats geven. Die hartelijkheid doet alle zorgen vergeten. Je kan niet anders dan vrolijk en optimistisch aan de dag beginnen. Dat er geen stromend water is tijdens de dag, en vaak geen elektriciteit, kan de pret niet drukken.

moskeeBurkina Faso staat onderaan op zowat elk lijstje over menselijk welzijn en economische ontwikkeling. Maar zelfs in een land dat getekend wordt door ziekte, honger en dood weten ze hoe je moet leven. Wat er ook gebeurt, ik blijf altijd kalm. In dit land is er altijd iemand die helpt. Eenheid is de essentie van Burkina Faso.

Onder de acacia van Ibrahim zitten we vaak te babbelen met iedereen die dat graag wil. Het is onze ‘arbre à palabres, een palaverboom, een prachtig Afrikaans concept. Onder een boom komen alle generaties samen om te praten over het leven en de maatschappij, of over dagelijkse problemen. Kennis wordt doorgegeven en de groep wordt samengehouden.

cafe

De blik naar Europa

Wanneer we met jongeren praten, zeggen ze allemaal dat hun toekomst in  Europa ligt. Issaka wil na zijn studies op stage in Parijs, Rahim wil een voetbalcarrière in Barcelona. Daar is alles beter georganiseerd, vinden ze. Ze laten zich verleiden door ideaalbeelden waaraan ik wil ontsnappen.

Het wordt moeilijk om ambitieuze jongeren te overtuigen om te blijven. Ze willen niet verzanden in hersendodende werkloosheid en verveling. Maar net nu beginnen de politieke en economische vooruitzichten te verbeteren en kan het land hun talenten gebruiken.

realmadridIk wen snel aan de cultuurverschillen en leer nieuwe gerechten en beleefdheidsvormen kennen. Wanneer we een maquis binnenstappen, houdt iedereen die aan het eten is zijn bord in onze richting. ‘Vous êtes invité!’ Het is niet de bedoeling hun bord leeg te lepelen, maar wel om hen te bedanken voor zoveel gastvrijheid.

En soms zijn de verschillen verrassend afwezig. Wanneer een weduwe ons ontvangt in haar huisje sta ik plots in de woonkamer van mijn grootmoeder. Dezelfde zware meubels, dezelfde portretten en kandelaars. Bronzen potten. Een heilige maagd staat er onder een stolp. Alleen een traditioneel masker verraadt dat ik niet bij mijn oma maar in het midden van West-Afrika ben.

Nog een punt van herkenning. Sommige Bobolese serveuses in de maquis lijken zo weggelopen uit een baancafé aan een Vlaamse steenweg. Net dezelfde verwaande feeksen met dezelfde streken.

koeien

Het beschaafde Afrika

Ik heb geen plannen om iets te bezoeken. Ik vind het fijn een tijdje op dezelfde plek te blijven, om beter te kunnen observeren. Gelukkig staat Dominique er op om toch een trip te maken in de streek. We rijden naar Banfora, we duiken in een natuurlijk zwembad onder een waterval en we ontmoeten agressieve nijlpaarden die het op onze lekkende kano gemunt hebben.

Ergens onderweg sta ik plots op een klif. Ik kijk uit over een golvende zee van groen, mogelijk honderd kilometer ver. De savanne strekt zich voor mij uit in zijn eentonige grootsheid. Het is een oneindige ruimte waarvan ik absoluut niets weet en die totaal onverschillig is tegenover mij. Mijn aanwezigheid is betekenisloos. Ik voel me nietig en vergankelijk. Ik ben een stofje.

Ik maak geen foto, dat heeft geen enkele zin. Dit is niet te vatten in pixels. Ik vraag me af waarom ik hier ben. Alleen maar omdat ik het kan? Tegelijk denk ik dat het hele idee van een wild Afrika een westers concept is. De originele bewoners zullen er anders over denken. Ik heb hier veel beschaving gezien, soms meer dan in België.

Met de Bobo-Cyclette in Bobo-Dioulasso

Bobo-CycletteWij trotseerden de loodzware zon in Bobo-Dioulasso per fiets. Een tweewieler maakt het makkelijker om een gesprek te beginnen, zeker als er een blanke op zit. Dit experiment hebben we vastgelegd met onze videofiets.
Bekijk hier de reportage.

Onze reis zit er bijna op. We nemen afscheid van onze nieuwe vrienden. Ibrahim is misnoegd, hij wil dat we een week langer blijven. Dat wij terug naar Brussel moeten omdat we moeten werken net zoals hij, wil hij niet aanvaarden. Zoals de jongen die komt melden dat zijn vriend ziek is, alsof wij hem snel kunnen genezen. Het doet nog pijn dat ik hen moest teleurstellen.

Heb ik in Burkina Faso het antwoord gevonden dat ik zocht? Niet helemaal. Dat is ook niet de bedoeling van reizen. En vaak wordt het pas duidelijk als je al lang terug thuis bent. Ik heb wel nieuwe ogen gekregen en ik heb mezelf beter leren kennen (ik kan blijkbaar van honden houden en honden van mij).

Ik heb vaak mijn westers denken opzij moeten zetten. In de Burkinese cultuur is het onwelvoeglijk om een foto van iemand te nemen. Ik heb dus erg weinig foto’s gemaakt, tegennatuurlijk gedrag voor veel toeristen. Maar dat heet zich aanpassen aan een andere cultuur. Elke dag dring ik een beetje dieper door in de lagen van aangeleerde opvattingen en gewoonten.

En wat blijft er over in het hart van onze identiteit als we onze cultuur laag per laag afpellen? Een inzicht. Ik heb weinig nodig en zeker geen luxe, maar ik moet wel mentale ruimte hebben voor mezelf. En joviale mensen die lol maken.

Na twee weken doen mijn kaakspieren pijn, ik heb tijdens ons verblijf onafgebroken moeten glimlachen. Ik voel me hier beter in mijn vel. Ik moet hier niet vechten om een plaats te veroveren, ik ben welkom zonder eerst te moeten solliciteren of onderhandelen.

busHet is nu tijd om de 360 kilometer terug naar Ouagadougou af te leggen en dan 5.000 kilometer naar huis te vliegen. Maar ik meet mijn reis niet in kilometers, wel in nieuwe vrienden. Merci et au revoir.

Ik kan nu beginnen aan het herontdekken van mijn eigen land.

 

Tekst en foto’s: Pascal Laureyn, een freelance tekstschrijver en copywriter

Deel dit artikel:
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*