Een dorp in Parijs

Deel dit artikel:
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

FacadeParijs is voor mij Montmartre. Het is een top-toeristische buurt en Place du Tertre heeft meer weg van Disneyland dan van een dorpsplein. Toch vind je net hièr ook nog veel authenticiteit en zelfs èchte Parijzenaren. Je moet gewoon een paar straten durven inslaan.

In de Rue des Trois Frères, vlakbij de épicerie van Monsieur Collignon uit Amélie Poulain, vind je café L’Arsouille. Toen we er jaren geleden voor het eerst binnenstapten, leek de ruimte meer op een studentenkamer dan op een plek voor een goed glas wijn. We hadden er toen een gesprek met één van de weinige klanten. Een oudere man met grote snor die heel verbaasd was toen wij hem vroegen of hij Parijzenaar was. “Moi Parisien? Mais non monsieur, pas du tout. Je suis Montmartois.” Zei ik al dat dit een dorp in de stad is?

BelgenlandDe sfeer van toen is gelukkig gebleven, maar op vrijdag- en zaterdagavond is het er nu gezellig druk. Deze plek is duidelijk populair geworden en zowel jong als oud voelt er zich thuis. Aan de muur een paar striptekeningen en filmaffiches. Op weg naar het toilet zie ik een opvallende poster met een afbeelding van de ‘Red Star Line’, die je destijds van Cherbourg naar New York bracht. Alleen is de stad op de achtergrond heel duidelijk Antwerpen en heet de boot ‘Belgenland’. De laatste twijfel is weggenomen : in dit café voel ik mij thuis.

Als ik terug kom, zegt Pascal “Niet meteen omkijken, maar achter je zit een muis met een bril”. De beschrijving blijkt perfect te kloppen. Ik zie een klein gedrongen vrouwtje, ze heeft zowaar snorharen, spitse oortjes en vreemde ogen achter hele dikke brilglazen. Ze heeft een kistje bij zich met sigaretten, die ze per stuk verkoopt. Later zou ik nog proberen om met deze opmerkelijke vrouw een gesprek te beginnen, maar dat blokt ze meteen af. Niet met woorden, maar met een soort korte hoge pieptoon. Wat had ik anders verwacht een muisje?

Het café stroomt vol en we zijn blij dat we op tijd waren voor een zitplaats. Stilaan wordt duidelijk waar het hier echt om draait: de jukebox. Vooral jongeren stoppen er centen in, de automatische arm van het grote toestel kiest telkens de juiste cd. En er wordt gedanst. Het valt mij altijd op hoe Fransen blijven teruggrijpen naar hun klassiekers. Twintigers gaan uit de bol op “Cette année-là” van Claude François. Of “Pour un flirt” van Michel Delpeche. En ze kunnen elk woord meezingen. Ik zie het de Vlaamse jeugd nog niet meteen doen met “M’n airhostess” van Will Tura, nochtans uit dezelfde periode.

 

Maar niet alleen de jeugd laat zich gaan. Eén van de meest opvallende figuren op de dansvloer is een man van ongeveer 70 jaar, met een grote zonnebril op z’n neus. Hij maakt er een sport van om met elk jong meisje te dansen. En blijkbaar is hij een icoon in de buurt, want de meisjes laten zich graag door hem uitnodigen. Zo zie je maar: het enige wat je nodig hebt om op latere leeftijd nog succes te hebben, is een zorgvuldig uitgekozen attribuut.

De avond vordert, het café blijft goed gevuld, maar het publiek wisselt. Sommige jongeren hebben nog ergens anders afgesproken en verdwijnen. En door het rookverbod staat er op een bepaald moment meer volk buiten het café dan op de dansvloer. Maar de sfeer blijft goed en we bestellen wijn per fles. Dat gaat makkelijker en is goedkoper.

En dan stapt ze binnen. Een volgend vreemd personage uit dit café waar alles schijnt te mogen en te kunnen. Een slanke grote vrouw, ook al met een grote zonnebril maar dit keer meer het Roy Orbison-model. Ze straalt een tristesse uit, die nog wordt versterkt door een zwarte sluier rond haar hoofd. Ze gaat op de hoek van de toog zitten en bestelt een drankje. Praten doet ze niet, ze communiceert met wijdse armgebaren. En elke beweging in slow motion. In haar perceptie moet de wereld als een wervelwind rond haar draaien, terwijl zij het hoofd probeert koel te houden. Dit lijkt wel Maria Magdalena, die net de gekruisigde Christus heeft begraven en àl het wereldleed op haar schouders draagt.

JukeboxAls op een magisch teken van Maria Magdelena begint de patron plots stoelen op tafels te zetten. De avond zit er op. De Muis verkoopt nog een laatste sigaret. De man met de zonnebril is moe. Dit cafébezoek was zeker de moeite waard. Sinds die memorabele avond kunnen we niet naar Parijs gaan, zonder bij L’Arsouille langs te lopen. En wat nog het mooiste is: zelfs als we er een jaar niet geweest zijn, herkent de patron ons nog altijd als ‘les petits Belges de Bruxelles’. Heeft misschien toch met de ‘Belgenland’ te maken.

(video: Thorn Rothna)

Deel dit artikel:
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*