De speciale effecten van Angkor

Deel dit artikel:
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail
Angkor Wat

Angkor Wat

Het is nog nacht en we hebben het heerlijke gevoel alleen te zijn op de wereld. Kris en ik fietsen prettig gedesoriënteerd tussen hoge junglemuren. De wind is al warm en blaast de plooien uit mijn ongestreken hemd. De tempels van Angkor liggen voor ons, aan het eind van een lange weg. Het inktzwarte bos omhult het mysterie van een verloren beschaving.

De nacht is unaniem, het laat geen ruimte voor nuance. Er zijn geen kleuren, geen diepte, geen geluid. Abstract als in een droom. Of een nachtmerrie. Want een blik tussen de onophoudelijke bomen is angstaanjagend, overal zie ik doodskoppen. Spoken van het verleden. Gevaarsborden waarschuwen voor landmijnen, de memorabilia van de Rode Khmer zijn nog niet helemaal opgeruimd.

Angkor

Een van de belangrijkste archeologische sites van Zuidoost-Azië, 400 km² groot

Hoofdstad van het Khmer-rijk van 9de tot 15de eeuw

 Angkor betekent ‘heilige stad’

 De tempel Angkor Wat (12de eeuw) staat op de Cambodjaanse vlag.

Vlag van Cambodja

Van oorlogsgeweld was nog geen sprake toen de Belg Émile Jottrand in 1900 Angkor bezocht, wel van natuurgeweld en verval. De Belgische jurist werkte aan het Thaise hof in Bangkok. In een vakantieperiode reisde hij met zijn vrouw naar Cambodja en de mysterieuze restanten van het Khmer-rijk. Het bestaan van dit wereldwonder was toen nog maar dertig jaar bekend in het westen.

Jottrand was een van de eerste toeristen in Angkor. Miljoenen zouden hem volgen, maar voor hem was het nog een expeditie. “Verkeer is hier onbestaande. Angkor ligt helemaal afgelegen,” vermeldde hij in zijn reisverslag. Daarin beschreef hij Angkor Wat, de indrukwekkendste tempel van de overwoekerde stad. In 1900 woonden er amper enkele monniken als een rechteloze minderheid tussen apen en vleermuizen, de echte bewoners van de ruïnes.

Wie voelt zich niet aangesproken door de romantiek van het verval, de vergankelijkheid van macht en rijkdom, of de natuur die zijn rechten opeist. Angkor vat die weemoed van vergane glorie perfect samen en tilt het naar een hoger niveau. Een ontdekkingsreiziger hakt zich een weg door de jungle en botst per abuis op de puinhoop van een vergeten beschaving. De tempels en paleizen, verslonden door lianen en vijgebomen, behoren tot onze collectieve verbeelding. Daarom is het verhaal van Jottrand zo boeiend om te lezen.

Een tempel in Angkor, 1900.

Een tempel in Angkor, 1900. Foto: Émile Jottrand

De ultieme bestemming

Ik voel mij ook als een avonturier. Ik mag dat zeggen als ik om half vijf ben opgestaan. Met onze huurfietsen rijden Kris en ik in het pikdonker naar Angkor Wat voor de zonsopgang. Dat wordt door zowel reisgidsen als Khmertalige vrienden bezworen als een onmisbare ervaring. We zullen zien.

Jottrand legde in 1900 dezelfde weg af als wij, maar hortend en stotend op een kar. “We draven zigzaggend door een onmogelijk moeras. Eigenlijk bestaat de weg uit niet meer dan twee diepe geulen, uitgesleten door de wielen van ossenkarren. We worden door de modder bespat tot aan onze helmen en onze witte pakken verliezen al snel hun frisheid.”

Émile Jottrand

Emile Jottrand

 1870-1966

 Advocaat

 Juridisch adviseur in Bangkok van 1898 tot 1902

 Auteur van ‘Au Siam. Journal de Voyage.

De topattractie van Zuidoost-Azië werd in 2015 door Lonely Planet uitgeroepen tot de ultieme reisbestemming van onze planeet. Er komen 2 miljoen bezoekers per jaar. (Wat nog altijd relatief weinig is. De Verboden Stad in Peking krijgt jaarlijks 15 miljoen toeristen te verwerken.) In 1900 kwamen er amper 80 à 100 westerlingen naar Angkor. Een weg aanleggen was niet nodig.

Wij fietsen nu comfortabel over een kaarsrechte asfaltstrook door het bos. Het eerste licht gluurt over de boomtoppen. We vinden het bijna spijtig, de magie wordt verbroken. Dit is het huiveringwekkende uur waarop onze dromen uitgeput geraken, schrijft Jorge Luis Borges zo mooi.

Het bos komt plots tot leven. Het schemerlicht begint als een slingerplant over de bomen te kruipen. Een geluid achter ons zwelt aan, het gepruttel van toektoeks. Achterin zitten guerillafotografen, hooligans met camera’s in de aanslag, klaar om te schieten. Het toerisme haalt ons in. Angkor wordt door horden ongelovigen ontwijd.

De mythe van een volk

Een brede tempelpoort duwt het woud en de duisternis opzij, alsof een Atlantis plots komt bovendrijven. We wandelen zwijgzaam over een brug naar het grasplein voor Angkor Wat, het grootste religieuze monument van de wereld. Het is nu nog een stil silhouet zonder kleur.

De elegantie van het bouwwerk maakte indruk op Jottrand. “Ik ben verbaasd over de grote visie van de bouwers. Het grondplan is heel simpel. Alle straten, poorten en galerijen leiden onfeilbaar naar de centrale toren, naar het heiligdom van Boeddha. De ogenschijnlijke chaos is van een grote harmonie. Geen enkel hedendaags bouwwerk zal ooit nog zo’n wonder verwezenlijken.”

De fotografen zoeken allemaal dezelfde originaliteit en staan te drummen aan een waterbassin. Ze gaan de weerspiegeling van de tempel andermaal voor de eeuwigheid vastleggen. Wij kiezen dus voor de andere kant van de esplanade. We zetten onze kont op de trappen van een duizendjarige bibliotheek. Het voelt gesofisticeerd aan.

Dan wordt het snel licht alsof de zon zich overslapen heeft en zich haast om de verloren tijd in te halen. Minuten later verschijnt ze achter de torens van Angkor Wat en brandt ze de nevelige kleuren weg. Onze vrienden hadden gelijk, de zonsopgang is spectaculair. De tempel en het bos veranderen voortdurend van kleur. In 1900 beleefde de Belgische toerist dit mirakel elke ochtend. Zijn tent stond vlak voor de ingang.

Nu begrijp ik het silhouet op de Cambodjaanse vlag beter. Dat is het Angkor Wat van de ochtend, vol optimisme en grandeur, en niet van een luie namiddag. Cambodja is een land dat wil ontwaken. “Het is zeldzaam in dit deel van de wereld, een gebouw dat bedoeld is voor de eeuwigheid,” schreef Jottrand.

Weinig andere nationale monumenten krijgen zo’n belangrijke plaats in een cultuur. Dit is de kern van Cambodja’s geschiedenis en mythes, het embleem van het machtige Khmer-rijk van weleer. En geen bruid die haar huwelijk laat consumeren zonder trouwfoto’s in Angkor Wat. Het lijkt misschien verlaten, maar Angkor wordt door een heel volk bewoond.

Een grote angst

We worden overrompeld door Chinezen wanneer we naar binnen gaan. We raken geklemd tussen twee groepen die hun selfiesticks gevaarlijk onze kant uit zwieren. Wanneer we aan een pilaar een geraffineerd bas-reliëf bewonderen, worden we opzij geduwd door twee schietgrage Han-worsten omdat we niet in het decor passen. Ik kan alleen vermoeden dat Chinezen zware boetes riskeren als ze hun kiekjesquota niet halen. Niets aan te doen, de fotograaf is een deel van het landschap geworden.

“Op een dag werden we overvallen door een grote angst,” vertelde Jottrand. “Toen we terugkwamen, zagen we zes ossenkarren die niet de onze waren. Onmiddellijk vreesden we de aankomst van toeristen.” Een rijke Chinees uit Phnom Penh kwam Boeddha eren. Tot grote opluchting van de Belg ging de pelgrim ook snel weer weg.

In Angkor Wat

In Angkor Wat

Chinezen komen vandaag in grote groepen, maar ze volgen hun reisgids als schoolkinderen en wijken niet af van de kortste weg. Als gedisciplineerde mieren volgen ze elkaars pad. Wanneer we door een zijdeurtje stappen, staan we plots alleen op een binnenplein. De ochtend geeft de tempel een surrealistische aanblik met een oker licht dat niet echt lijkt.

Dit het beste moment van de dag om Angkor Wat te bezoeken. Het ochtendlicht doet wonderlijke dingen met de muren. Ze staan boordevol levenslustige taferelen met honderden goden, krijgers, olifanten en apsara’s, de halfnaakte nimfen die al duizend jaar op één been staan te dansen. De koningen zijn al lang dood maar de muren spreken.

We klimmen op de steile trap van een bibliotheek (zielloos zonder boeken). In stilte absorberen we de schoonheid. De verschillende terrassen zorgen telkens voor nieuwe perspectieven. De daken ogen kriskras op elkaar gestapeld, maar elke herschikking zou de harmonie verstoren. De kegelvormige torens lijken op een lotusknop. Door de driehoekige elementen worden ze beweeglijk.

Zo zou mijn hoofd er vanbinnen mogen uitzien: verschillende lagen van bewustzijn die trapsgewijs opstijgen naar steeds meer verheven gedachten en eindigen in een elegante en spitsvondige allesverklaring. De essentie van de kosmos vind je ook door 24 uur naar behangpapier van de jaren zeventig te staren, maar Angkor Wat is mooier.

Angkor Wat in 1900

Angkor Wat, 1900. Foto: Émile Jottrand

Vleermuizen en apen

Met het gevoel dat we hier niet mogen zijn, treden we in de voetsporen van Jottrand. Als enige bezoeker kon hij hier in 1900 vrij rondlopen. “Wat een spektakel wanneer we neerkijken op de daken en galerijen. De jungle breidt zich oneindig uit langs alle kanten. Hier vindt men absolute afzondering. Niettemin vraag ik me af wat indrukwekkender is: de stilte rond mij, het wilde karakter van de natuur of de tempel die er middenin oprijst. Stelt men zich voor dat over duizend jaar iemand langs de verlaten oevers van de Schelde plots een kathedraaltoren ziet opdoemen in het midden van een woud.”

De Belgische toerist betreurde het verval van zoveel moois. “Angkor is achtergelaten in een jammerlijke staat. De enkele monniken die hier wonen, onderhouden de gebouwen niet. Ze zijn meer geneigd om voor hun persoonlijk comfort te zorgen dan voor Boeddha.”

“De enige vaste bewoners zijn de vleermuizen en ze zijn met velen. Hun excrementen liggen overal in dikke lagen op de tegels. Bovenaan, aan de voet van het altaar, moet men opletten of men zakt tot aan de enkels weg in de verse uitwerpselen. Hier leven ook de apen veilig, in het heiligdom zijn ze gevrijwaard van jagers.”

Eigenlijk is Angkor de begraafplaats van een imperium, maar dan met de mooiste zerk die ik ooit heb gezien. Ik beschouw mezelf als een holbewoner als ik in dit kunstwerk sta. België heeft niets dat kan wedijveren met Angkor. Brussel is trots op twee protserige tepels, een in Koekelberg en een in de Marollen. Geen kind dat zich aan zo’n lompe borsten wil voeden. De Grote Markt? Een pronkzieke verkaveling.

Kris 'ontdekt' een tempel in Angkor

Kris ‘ontdekt’ een tempel in Angkor

Het puin van de geschiedenis

De jungle sluipt tussen de groeven en breekt stenen in twee. Lianen bedekken de muren in bizarre verstrengelingen. De brokstukken van een imperium liggen overal op de grond. Het donkere bos omringt ons met een uniform groen.

We voelen ons als Kuifje, of Jottrand, wanneer we moederziel alleen in een tempel rondlopen die langzaam gewurgd wordt door het woud. Het heiligdom ligt een eindje van Angkor Wat en staat niet op de kaart. Echte plaatsen staan nooit op een kaart.

We vergeten het hier en nu wanneer we onze vingers over de muren van de ruïne laten glijden. We puzzelen de verloren beschaving terug bij elkaar met de fantasie van een kind. Mensen noch tempels ontsnappen aan de aftakeling. Ik begroet mijn eigen vergankelijkheid met een melancholische glimlach.

Aan de tempel van Bayon

Aan de tempel van Bayon

Aan de voet van een tempel zit een monnik ontspannen tegen een bas-reliëf zijn sigaret te roken. Toevallig aan een drukke doorgang. Beeldensprokkelaars hebben hem onmiddellijk in het vizier. Haastig monteren ze lenzen en statieven voor het perfecte portret, dat van een circusartiest. Echte monniken roken niet, ze worden geëxcommuniceerd als ze betrapt worden. Roken is zelfs verboden in de tempels.

In de tuin van een verbrokkeld paleis verschijnen een paar Cambodjaanse kinderen aan een vijver. Toevallig aan een drukke doorgang. Voor het oog van de camera’s kleden de jongens zich uit en springen naakt in het water. Zoveel kinderlijke onschuld en uitbundige onbezorgdheid, vertederend. Telelenzen worden gericht en bijgesteld. Na de fotoshoot krijgen de kinderen snoepjes en zelfs geld. De boefjes kleden zich weer aan en gaan op zoek naar het volgende fotoprofijt.

Een bas-reliëf in Angkor.

Een bas-reliëf in Angkor. Foto: Émile Jottrand

“In Europa klaagt men over idioten die hun naam in monumenten krassen. Dat gebeurt hier ook, en zelfs nog erger. Er is geen toezicht op de vandalen,” schreef Jottrand in 1900. Hij zou verbaasd zijn over het hedendaagse visuele vandalisme.

In de kranten staan berichten over toeristen die er naaktfoto’s maken. Zo’n heiligschennis wordt in Cambodja bestraft met een zitje op de eerste vlucht naar Thailand. Daar mag je wel onbeschoft en platvloers zijn.

Tussen zien en kijken

Het is moeilijk om lelijke foto’s te maken in dit kerkhof van de geschiedenis, daarom komen fotografen met velen. Maar een gekrenkt gebouw geeft zijn geheimen niet zomaar prijs. Soms toont het pas zijn ware gelaat na een paar bezoeken. Als we proberen ook het onwerkelijke te zien, dan blijkt een groots monument een kwetsbare ziel te hebben. Kadreren om details te isoleren die anderen niet zien, dat is mooie reisfotografie.

In de tempel Ta Phrom in Angkor

In de tempel Ta Phrom in Angkor

Als we Angkor verlaten, botsen we op aapjes die treurig naar ons kijken. Het zijn de makaken die vroeger over de tempels heersten, maar ze zijn weggejaagd uit hun heiligdom. De armoezaaiers bedelen voor een snelle hap. En ze gebruiken daarvoor dezelfde kunstjes als de naakte kinderen en de rokende monnik. Ze rollen over de grond en trekken gekke gezichten. Ze poseren! Zelfs apen weten dat een toerist alleen ziet wat hij wil zien.

Toerisme is bedrog, wist ook Jottrand. Daarom waardeerde hij het Angkor van 1900: “Deze plek is niet voorzien van speciale effecten. Hier moet men voor zichzelf denken. Meneer Cook is er nog niet geweest,” schreef hij over de stichter van het befaamde reisbureau.

We fietsen terug door het mijnenveld met de tempels van Angkor in gedachten. Het hoogste en het laagste van een land komen hier samen. Ik keer me even om en neem nog een laatste foto. Ik zal nooit meer een eerste indruk van Angkor Wat krijgen. Dat is mijn grote spijt.

In de tempel Banteay Kdei in Angkor

In de tempel Banteay Kdei in Angkor

Tekst en kleurenfoto’s: Pascal Laureyn, een freelance tekstschrijver en copywriter.
Zwart-wit foto’s: Émile Jottrand (coll. Brognon).

Deel dit artikel:
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*