Ode aan de gele bol die je doet reizen

Deel dit artikel:
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Zonsondergang in Mumbai

Er is geen makkelijke manier om dit te zeggen.

Daarom, gewoon … Ik hou van de zon.

Zo klinkt het banaal. Maar ik bedoel, echt, ik aanbid die brandende schijf. In die mate dat ik de wereld rondreis om haar verschillende gedaantes te kunnen zien.

Terwijl ik dit schrijf bedekt ze mij met haar warme liefde. Dit is dus ook een liefdesbrief aan haar.

Dit wil niet zeggen dat ik op midzomer met naakte heksen in een bos rondhuppel. Het wil ook niet zeggen dat ik naar flauwe liedjes luister die met haar dwepen. Nog minder bezondig ik me aan hét zonneritueel: op een strand gaan liggen bakken in een veel te kleine zwembroek.

Dat is haar onwaardig. Ik denk dat de zon dat zelfs beledigend vindt. Uitbuiting is het.

Natuurlijk, ik heb haar vleselijk lief. Als ik haar stralen op mijn huid voel word ik een ander mens. Ik word niet alleen vrolijker en energieker, ik vind het ook heel sensueel. Ze streelt me en ze kleedt me uit als een ervaren vrijster. Ik ben er verslaafd aan, daarom reis ik het liefst naar het zuiden. Dat zal de vitamine D zijn.

Dat is maar één facet van mijn liefde voor de zon. Ik zie haar verpletterende schoonheid in de manier waarop ze onze wereld vorm geeft. Iedereen kan genieten van de verschillen in flora en fauna die ze mogelijk maakt. De bevroren landschappen in het noorden, de overvloedige wouden in het zuiden. De zon schijnt niet overal en altijd even aandachtig en verplicht mensen zich anders te kleden, te eten, te bouwen en te spreken. Ze heeft vele namen. Ra, Helios, Huitzilopochtli, gele dwerg, De Lantaarn, blijdschap, cocktails,…

Er is nog meer dan dat. We hebben een complexe relatie.

Ze kan ook brutaal zijn. Soms is ze verschroeiend en doet ze me pijn. Zoals die keer in Arizona toen ik mijn voeten verbrande op het asfalt, op weg naar een zwembad. Soms is ze verradelijk. Zoals in de Sahara, waar de zon mijn wintervakantie op een zachte zomer deed lijken. Toen ze me verliet, had ze mij niet gewaarschuwd voor de ijskoude woestijnnacht.

Maar ik ben de zon vooral dankbaar. Voor die dag in Georgië dat ik weer tomaten at, dat ik mijn fobie voor die rode waterzak overwon. Dat was dankzij haar, die daar tomaten beschijnt zoals ze dat in België nooit doet. Ook voor de mooie Cambodjaanse mannen, die zich dankzij haar niets hoeven aan te trekken van Westerse kledingvoorschriften. En ik dank haar voor de trillende lucht op een hete dag, voor de schitteringen op golvend water. Ik dank haar omdat het licht nergens in de wereld hetzelfde is.

Ik hou van de zon.

En ik weet dat je ook van mij houdt, koningin van de sterren. Want zelfs na al die jaren, lieve zon, heb je nooit een wederdienst aan mij gevraagd.

Zonsondergang in Cambodja

(Foto’s: Pascal Laureyn)

Deel dit artikel:
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*